In cafés, sportkantines en festivals zie je het: mannen die zonder blikken of blozen grote glazen bier achterover slaan, alsof het een soort sportprestatie is. Het wordt gezien als stoer, als bewijs van kracht of uithoudingsvermogen. Wanneer vrouwen hetzelfde doen, volgt er vaak een andere reactie. Dan is het al snel “te veel”, “onvrouwelijk” of “ongepast”. De vraag is waarom dat verschil zo hardnekkig is.
Een lange geschiedenis van drank en mannelijkheid
De link tussen alcohol en mannelijkheid is geen toeval. In veel Europese landen werd drinken eeuwenlang verbonden aan beroepen waarin fysieke kracht centraal stond. Denk aan havenarbeiders, mijnwerkers en soldaten. In de zeventiende eeuw kregen matrozen zelfs een dagelijkse rumrantsoen, bedoeld om de moraal hoog te houden. In de negentiende eeuw werd bier in industriesteden aangeprezen als “gezond” alternatief voor sterke drank, vooral voor mannen die lange dagen maakten in fabrieken.
Die traditie sijpelde door in de cultuur. In kroegen was mannengezelschap de norm. Vrouwen werden er vaak niet eens binnengelaten. Drinken werd zo een ritueel dat hoorde bij mannelijkheid, kameraadschap en fysieke arbeid.
Waarom vrouwen anders worden beoordeeld
Biologie speelt een rol, maar niet de hoofdrol. Vrouwen hebben gemiddeld minder lichaamsvocht en een andere enzymactiviteit, waardoor alcohol sneller effect heeft. Maar dat verklaart niet waarom stevig drinken als “stoer” wordt gezien bij mannen en als “ongepast” bij vrouwen.
De sociale norm is minstens zo bepalend. Tot ver in de twintigste eeuw werd van vrouwen verwacht dat ze zich netjes, beheerst en huiselijk gedroegen. Een vrouw die dronk, werd al snel gezien als losbandig. Die dubbele standaard is hardnekkig. Zelfs nu nog worden vrouwen die stevig drinken vaker negatief beoordeeld, terwijl mannen in dezelfde situatie eerder als gezellig of stoer worden gezien.
Culturele verschillen en genetische gevoeligheid
Interessant is dat de koppeling tussen alcohol en mannelijkheid niet overal even sterk is. In Japan bijvoorbeeld is het heel normaal dat zowel mannen als vrouwen deelnemen aan nomikai, de verplichte drinkrondes na werktijd. En in Scandinavië is binge drinking onder vrouwen veel geaccepteerder dan in Zuid-Europa.
En dan zijn er regio’s waar mensen genetisch slechter tegen alcohol kunnen, zoals delen van China en Korea waar de zogeheten alcoholflush veel voorkomt. Daar zie je dat mannen soms juist minder drinken, simpelweg omdat hun lichaam het niet goed verdraagt. Toch blijft ook daar het idee bestaan dat mannen “meer zouden moeten kunnen hebben”, zelfs als hun biologie het tegendeel bewijst.
De rol van media en populaire cultuur
Films en series versterken het stereotype. De actieheld drinkt whisky. De ruige rocker drinkt bier. De vrouw die hetzelfde doet, wordt vaak neergezet als rebels, problematisch of “anders”. Reclames doen er nog een schepje bovenop: bier wordt steevast gekoppeld aan voetbal, vriendschap en mannelijkheid. Het beeld herhaalt zich zo vaak dat het vanzelfsprekend lijkt.
Wanneer het misgaat
Het stereotype heeft ook een schaduwkant. Mannen zoeken gemiddeld later hulp bij problematisch drinken dan vrouwen, omdat ze het gevoel hebben dat ze sterk moeten zijn en het zelf moeten oplossen. Behandelcentra zoals THE YOUTURN zien dat patroon regelmatig terug. In een luxe afkickkliniek of een afkickkliniek alcohol melden mannen zich vaak pas wanneer de schade al groot is, zowel lichamelijk als sociaal.
Tijd voor een nieuwe blik
De koppeling tussen alcohol en mannelijkheid is dus vooral cultureel bepaald. Het lichaam maakt geen onderscheid tussen stoer en niet stoer. Wat we als “mannelijk” zien, is iets dat we elkaar al eeuwen wijsmaken. Misschien is het tijd om drinken te zien voor wat het is: een keuze, geen bewijs van kracht.